
We staan op en de wereld is gehuld in nevel. Zaten we gisteren nog in de avondzon, nu staan we in dichte mist. Wat ziet de wereld er dan ineens anders uit!



We starten met een wandeling rondom het meer, waar we gisteren zijn geland. Het is een beetje zoeken hoe het pad loopt, maar uiteindelijk komen we in een soort trollengebied. Super mooi, maar we missen de uitzichten. Hier moeten we nog maar eens terugkomen met mooi weer 😉




We lopen veel in de mist en in de regen. Het leuke van regen is, dat de kleine stroompjes groter worden, dus steentje hoppen, ofwel dwars door het water met die trailrunners. Broek omhoog, regenbroek vangt de kou op. Sokken en schoenen waren tóch al nat!

Zoals gezegd, is het af en toe een beetje zoeken naar het pad. Ineens geeft Garmin aan, dat we al 60 meter voorbij onze afslag zitten. Bijna stonden we in Katterat. Waar anderen starten aan een meer gecultiveerde wandelroute. Maar ons pad zou afslaan. Terug de helling op. Rondkijken. Geen pad. Dan maar dwars door de bosbessen en struiken richting de rivier. We moeten er toch een keer overheen. Er liggen verderop wat keien, zodat we niet door de stroomversnelling hoeven. We klimmen omhoog, steken de treinrails over. Gelukkig was er net een trein langsgekomen en rijden ze hier maar een paar keer per dag.

Het pad erna was oud en niet meer in gebruik, zo lijkt het. Soms zag je nog iets van geknakt gras, maar de regen maakte het wat uitdagend. Onze snelheid daalde naar 2km per uur. Dan duurt een dag wel lang.
Iets verderop lag de brug (2 treinrails met bielzen erop, waarvan er nog 3 van de 12 overwaren). Die brug wordt het dus niet. We dalen af naar de rivier en stappen er doorheen. Natter dan nat worden je schoenen niet.
Het beetje pad, dat je kan zien, loopt langs de rand van de helling en de rivier. Het is opletten geblazen, omdat er gaten in het pad zitten, omdat het pad is ontstaan op de grote keien, die ooit van de helling naar beneden gerold zijn.
Aan de overkant ziet Médard ineens een eland staan. Hij kijkt ons recht aan en controleert of we een gevaar zijn. Wat een geweldig beest. Als hij niet beweegt, zie je hem niet, omdat zijn bouw volledig past in het landschap van afgebroken takken en donkere keien.
Na ongeveer 2 uur, houden we het ‘pad’ voor gezien. Het is gewoonweg niet meer leuk zo in de regen en we zijn ondertussen richting het niveau van de rivier gekomen en besluiten om deze over te steken. Aan de overkant loopt een karrenspoor (dirt road), die we kunnen volgen. Hiermee wordt het tempo gemiddelde behoorlijk opgekrikt voor de dag!
We besluiten wat extra kilometers te maken, zodat we kunnen overnachten in een berghut (Hundalshytta). Een kachel om op te warmen en onze kleding te laten drogen, lijkt ons een prima idee. We hebben een hutje van 4 personen voor onszelf. Zalig. De kleren meteen te drogen gehangen. De hut wordt met een kachel verwarmd. We moeten de ramen vervolgens openzetten, omdat het gewoonweg té heet wordt. Gekkigheid. Genieten!




We worden nog even rond half 9 wakker gemaakt door een groep van 4 Duitsers. We hebben formeel nog plek voor 2 personen, maar zij wilden graag met de hele groep overnachten en trekken door naar de grotere hut, verderop. Prima! Wij slapen vervolgens rustig verder.